Overwinning in Wpbr-zaak | Rechtbank schorst intrekking beveiligingspas door korpschef

Op 10 februari 2026 heeft Roethof Advocaten bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland (zittingsplaats Arnhem) in een Wpbr-zaak een belangrijke overwinning geboekt voor een cliënt. Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de beveiligingspas (de toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten onder de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)) door de korpschef van de politie is toegewezen. Het bestreden besluit is geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar en de beveiliger mocht per direct weer aan het werk.

De zaak: intrekking beveiligingspas door korpschef

Onze cliënt, een ervaren beveiliger met 21 jaar onberispelijke werkervaring in de private beveiligingsbranche, zag zijn toestemming onder de Wpbr om beveiligingswerkzaamheden uit te voeren ingetrokken door de korpschef van politie.

De korpschef baseerde deze intrekking van de beveiligingspas op het feit dat onze cliënt in zijn hoedanigheid als leidinggevende van een beveiligingsorganisatie een medewerker zonder de vereiste toestemming beveiligingswerkzaamheden te werk had gesteld. Volgens de korpschef toonde dit aan dat onze cliënt niet langer over de bekwaamheid en betrouwbaarheid beschikte om als beveiliger te werken.

Het oordeel van de rechter: Wpbr en proportionaliteit

De voorzieningenrechter deelde de opvatting van de korpschef niet. Volgens artikel 7 van de Wpbr kan een toestemming om beveiligingswerkzaamheden te verrichten alleen worden ingetrokken als de betrokkene niet beschikt over de vereiste bekwaamheid en betrouwbaarheid.

Hoewel onze cliënt als leidinggevende tekort was geschoten, betekende dit niet automatisch dat hij zelf niet geschikt was om als beveiliger te werken. De rechter overwoog:

  • Onze cliënt heeft 21 jaar zonder incidenten als beveiliger gewerkt in de beveiligingsbranche.
  • Hij had de betrokkene meerdere keren gewaarschuwd dat hij zich niet als beveiliger mocht uitgeven.
  • Het tekortschieten als leidinggevende was niet zodanig ernstig dat het zijn geschiktheid als beveiliger aantastte.
  • Er was sprake van een spoedeisend belang: zonder de beveiligingspas kon onze cliënt geen inkomsten meer verwerven.

 

Resultaat: voorlopige voorziening toegewezen

De voorzieningenrechter:
✅ Wees het verzoek om voorlopige voorziening toe
✅ Schorste het besluit van de korpschef van politie tot zes weken na de beslissing op bezwaar
✅ Veroordeelde de korpschef in de proceskosten en het griffierecht


Conclusie: juridische bijstand in Wpbr-zaken loont

Deze Wpbr-uitspraak toont aan dat een intrekking van de beveiligingspas door de korpschef van politie niet zomaar voor lief genomen hoeft te worden. Met de juiste juridische strategie kan een dergelijk besluit succesvol worden aangevochten.

Roethof Advocaten staat klaar om beveiligingsorganisaties, beveiligingsbedrijven en beveiligers bij te staan in complexe Wpbr-zaken en bestuursrechtelijke procedures tegen de korpschef of politie. Onze diepgaande kennis van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en de private beveiligingsbranche maakt het verschil.

Is uw beveiligingspas ingetrokken of hebt u een andere Wpbr-kwestie?


Neem vandaag nog contact op met Roethof Advocaten

Contactgegevens

© 2025 Created by Sanumwebdesign